In het
Kohier van de Personele Quotisatie over het jaar
1742, een soort belastingregister,
worden in de
Violettenstraat, het korte straatje tussen de
Westerstraat en de Anjeliersstraat,
zes
middenstanders genoemd.
Er was de
stoffenwinkel van F. van der Hoeven, de spekslagerij
van J.Michielse,
de banketbakkerij van D.
Croese, de kommenijwinkel van J.
Clumper,
de wieldraaierij van D.
Helt en er woonde
de viskoper Jac. Vermaes.
Het zal ongetwijfeld
deze Vermaes,
hij had een inkomen van 600
guldens en betaalde 160 guldens huur,
geweest
zijn, die 14 jaar eerder
de gevelsteen DE GEKROONDE HAERINGH Ao 1728 heeft
laten aanbrengen.

Violettenstraat
11- 1, op een foto uit 1920. De rode pijl geeft de
gevelsteen aan. © Stadsarchief
Amsterdam
Jarenlang heeft deze haring
zich op nr. 7 van de Violettenstraat weten te
handhaven
tot het steentje (62x
46 cm.)
na afbraak van het pandje in 1947
door
het Koninklijk Oudheidkundig Genootschap
(K.O.G.) verworven werd.
In 1993, op de tentoonstelling De Verdwenen
Stad op de binnenplaats van het Scheepvaartmuseum,
trok de steen de aandacht van het
Zuiderzeemuseum.
Zij kregen de steen in
bruikleen, op voorwaarde dat het museum de
restauratie zouden betalen.
De steen was,
waarschijnlijk bij de sloop van Violettenstraat 7 in
twee stukken gebroken.
Het Zuiderzeemuseum ging
akkoord en tot 2010 maakte de steen deel uit van hun
collectie.
De gevelsteen in de nieuwbouw
Na beëindiging
van het bruikleen heeft de VVAG zich er voor
ingespannen
de gevelsteen, na polychromering
door Jan Hilbers,terug te plaatsen in de
Violettenstraat.
Het K.O.G. werkte mee, de
Vereniging van Eigenaren was enthousiast
en op 24 september 2011 werd de steen feestelijk
onthuld.
We moeten toegeven dat DE
GEKROONDE HAERINGH uit 1728
totaal niet misstaat
in de, in 1994 voltooide nieuwbouw van de
architecten Kerssen, Lijbers en Oostvogel.
Onno Boers