
Gevelsteen T GEVOEL |

Prent van Abraham van Diepenbeke |
In het oktobernummer van de 27ste jaargang (1940)
van het Maandblad Amstelodamum
vermeldt M.G. Emeis Jr. de vondst van een verloren
gewaande gevelsteen.
Het betrof de steen T GEVOEL, een uit een serie van
vijf zintuigen,
die oorspronkelijk de panden Utrechtsestraat 27 (T
GEHOOR), 29 (T GESICHT), 31( T GEVOEL),
33( DE REUK), en 35 (DE SMAECK) sierden.
Toen Jonkheer Suasso in de jaren 1874/1875 al
wandelend door Amsterdam
zijn “Gevelstenenschetsboek” samenstelde,
signaleerde hij in de Utrechtsestraat nog vier
stenen met zintuigen,
de steen met DE REUK was al niet meer aanwezig.
Deze was in1868 al uit de gevel genomen zoals we bij
Van Lennep en Ter Gouw
(De Uithangteekens, deel I, pag. 14) kunnen lezen.
“Nog voor een drietal jaren zag men op de
utrechtsestraat het stel compleet:
vijf joffers- eene die voor de spiegel haar toilet
maakt (het Gezicht) eene die gebak proeft (de
Smaak),
eene die op een guitaar speelt (het Gehoor), eene
die aan een bloem ruikt (de Reuk)
en eene met verbonden arm ( t Gevoel).
Twee eeuwen hadden zij elkaar gezelschap gehouden,
toen er ene tot vernietiging werd gedoemd”.
De auteurs noemen niet welk “juffer” gedoemd was.
Maar dankzij Suasso weten we dat het De REUK was.

Gevelsteen DE SMAECK,
gevelstenenmuur in de St. Luciensteeg
De vier overgebleven juffers hebben het niet lang
uitgehouden in de Utrechtsestraat.
In 1903 (Noord-Hollandsche Oudheden VI, pag. 95, met
afbeelding)
was alleen nog DE SMAECK ter plekke te bewonderen.
Zij heeft het daar tot 1927 volgehouden, toen werd
de steen bij een verbouwing uit de gevel genomen
en door sloper Verburgt aan het KOG geschonken
en later ingemetseld in het gevelstenenmuurtje in de
St. Luciensteeg.
Een andere steen uit de serie T GESICHT is
ingemetseld
in de, in 1919 voltooide Druckeraanbouw aan de
achterzijde van het Rijksmuseum.
Wanneer het Rijksmuseum het reliëf verworven heeft
is niet meer te achterhalen.
Gevelsteen T GESICHT,
Druckeraanbouw aan de achterzijde van het
Rijksmuseum
De, in de aanhef genoemde steen T GEVOEL werd in
1940 aangetroffen
in de buitenmuur van een aanbouw achter
Utrechtsestraat 111.
Daar bleek de steen al sinds 1911 ingemetseld te
zijn.
De toenmalige eigenaar wist te vertellen dat kort na
1872
het huis van zijn vader, Utrechtsestraat 31 verbouwd
werd
en dat de gevelsteen in de kelder van dat huis werd
opgeborgen.
Bij een uitbreiding van zijn bakkerij,
Utrechtsestraat 111
liet hij de gevelsteen uit de kelder van zijn vader
ophalen
om ‘m in de buitenmuur van zijn nieuwe, in de tuin
gebouwde bakkerij te metselen.
Vanuit zijn huiskamer had hij het gezicht op deze
herinnering aan zijn geboortehuis.
In 1997, bij een restauratie van het pand
Utrechtsestraat 111 kreeg, op aandringen van de VVAG
en in overleg met Monumentenzorg, de gevelsteen een,
o.i. te hoge plaats in de voorgevel.
Het is jammer dat Monumentenzorg de steen niet heeft
laten restaureren of polychromeren.
Nu is het niet duidelijk te dat het vormloze
drolletje rechts achter de staande vrouw,
een zich krabbend hondje moet voorstellen en dat een
vogel met lange staart in haar linkerhand pikt.
De steen T GEHOOR, een vrouw die een luit bespeelt,
vergezeld door een kind en een hert,
en de steen DE REUK, een vrouw bij een tafel met een
vaas bloemen en achter haar een snuffelend hondje,
zijn dus weggeraakt.
Hoe deze verdwenen gevelstenen er uit zagen weten we
dank zij de vijf tekeningen die J.W.Kaiser omstreeks
1860 gemaakt heeft
van de nog complete serie ( Atlas Amsterdam KOG,
port. 60)
De beeldhouwer van de vijf gevelstenen
heeft een prentenserie van Abraham van Diepenbeke
als voorbeeld genomen.
Hij heeft bij de gevelstenen de landelijke entourage
weggelaten
en in het algemeen de voorstellingen een beetje
versimpeld,
alleen de vrouwenfiguur en de meest sprekende
attributen overgenomen.
Onno Boers.
|