In een
interview in Binnenstad 197- 198 noemt Henk Koper van
de Stichting Red de Monumenten
het pand Monnikenstraat 19 als voorbeeld van het
prima werk dat hij aflevert.
(Zie: Henk Koper: Oom Dagobert in monumenten.)
Als hij hiermee ook de door hem opgeschilderde
gevelsteen D STAT WESEL bedoelt,
zijn wij het echt niet met hem eens.
D STAT WESEL vóór en na "restauratie"
Deze gevelsteen, zoals die er nu uitziet, geldt voor
ons als voorbeeld hoe het polychromeren zeker niet
moet.
De kleuren zijn te hard en alle nuancering in
bijvoorbeeld het stadsgezicht ontbreekt.
Alle gebouwen zijn geel; de huizen hebben een rood
dak en de kerken een blauw dak.
Van het verloop van de stadsmuur rechts is iets
onduidelijks gemaakt en de torenbekroningen
zijn blauwe klonten geworden terwijl een
torenhaantje toch doorgaans verguld is.
Een vrolijke wolkenlucht vervolmaakt het geheel.
Trouwens de manier waarop de tekst beschilderd is,
met totale verwaarlozing van de forse vorm van de
letters, verdient ook geen prijs.
Het op deze manier beschilderen van een gevelsteen
is niet de manier van werken die de VVAG voorstaat.
In het geval van de gevelsteen D STAT WESEL is, op
verzoek van de eigenaar,
Tobias Snoep bezig geweest het reliëf schoon te
maken,
maar toen het op het herstel van beschadigingen en
het polychromeren aankwam,
zei de heer Koper "dat kan ik zelf wel".
Het resultaat is bar, en staat lijnrecht tegenover
de ideeën van de VVAG.

Vóór en na "restauratie"

Het huidige Burg Bentheim
Niet ver van de Monnikenstraat, in de gevel aan de
Bethaniënstraat van het hoekpand Kloveniersburgwal
28,
is sinds kort een nog erger geval van
gevelsteenverminking aan te treffen.
Ondanks de lichte oppervlaktebeschadigingen waren
voor de beschildering op het uiterst gedetailleerde
reliëf
duidelijk de diverse delen van de nog steeds
bestaande Burg Bentheim,
net over grens bij Oldenzaal, te herkennen.
Van links naar rechts respectievelijk de oude
kasteelmuur
met de halfronde uitgebouwde 15de eeuwse
Batterijtoren, de zware vierkante Bergfried
(de kruittoren, het oudste deel van het kasteel),
de toegangspoort naar het burchtterrein en de
zogenaamde Unteres Tor, de Benedenpoort,
deel uitmakend van de muur om het voorterrein.
Deze poort is op het reliëf nog afgebeeld met de
brede trapgevel met pinakels
die in het midden van de 17de eeuw vervangen werd
door het classicistische bouwwerk dat er nu nog
staat.
Burg Bentheim door J.I. van Ruisdael © National
Gallery of Ireland, Dublin
Wat het reliëf zijn bijzondere documentaire waarde
geeft
is de gebogen muur met het eenvoudige poortje op de
voorgrond.
Het is de sinds lang afgebroken buitenste omwalling
waarvan, behalve de voorstelling op deze gevelsteen,
en die in de Sint Jacobsstraat 40 met een vrijwel
identiek gezicht op het kasteel,
geen andere afbeeldingen bekend zijn.
Zoals het reliëf er nu uitziet is van al deze
details niets meer overgebleven.
Overigens, de eigenaar/ bewoner van het kasteel, Hubertus Prinz
zu Bentheim und Steinfurt was blij verrast
toen wij in 1990 hem deze voor hem onbekende en
oudste afbeeldingen van zijn kasteel lieten zien.
Het lijkt er op dat dezelfde "kunstenaar" die D STAT
WESEL heeft mishandeld ook hier tekeer is gegaan.
Er loopt nu een lange witte muur zonder enige
onderbreking, de Benedenpoort is totaal
weggeschilderd
en de getrapgevelde poortbekroning maakt nu deel uit
van de gevel van een huis achter de witte muur.
Doordat het terrein tussen de buitenste omwalling en
de Benedenpoort ook wit geverfd is
vormt de kleine poort in de buitenste omwalling nu
de enige toegang tot het kasteelterrein.
Het is te hopen dat binnen korte tijd deze
gevelsteen- mishandelingen ongedaan kunnen worden
gemaakt.
Onno Boers
(Uit: Binnenstad 201, september 2003.) |