Home  Over geveltekens  Resultaten  Verdwenen  Gevonden  Links  Word lid!  Contact  Zoeken
Overzicht van de Amsterdamse gevelstenen

 
SINT LUCIËNSTEEG (Gevelsteen 45)
Herkomst gevelsteen met klimmende bok gevonden
 
         
Links: de gevelsteen met de klimmende bok
Rechts: De foto van het pand Haarlemmerstraat 118, waarop onderaan de gevelsteen te zien is © Stadsarchief Amsterdam

Van de 47 gevelstenen in de Sint Luciënsteeg was van 7 exemplaren tot nu toe de herkomst niet bekend.
Van veel gevelstenen in de collectie van het Koninklijk Oudheidkundig Genootschap (het K.O.G.)
waartoe de 47 gevelstenen in de Sint Luciënsteeg ook behoren is de herkomst,
en vaak de datum van aankoop of schenking, terug te vinden in de notulen en de jaarverslagen.
Van de 7 exemplaren is, zoals gezegd de herkomst en/ of eventuele datum van verwerving
tot nog toe niet achterhaalt. 


De gevelstenencollectie in de Sint Luciënsteeg

Door een toevallige vondst in de Beeldbank van het Stadsarchief
kan het aantal van 7 “onbekende” “thuisloze” stenen nu teruggebracht worden tot 6 stuks.
Zoekend naar iets anders kwamen we een foto tegen uit plm. 1908
van de gevel van een pand achter Haarlemmerstraat 118.
Een redelijk gave, vroeg 17de eeuwse, drie ramen brede trapgevel,
met duidelijk zichtbaar onder het middenvenster van,
waarschijnlijk de eerste verdieping een gevelsteen met een geit  die met de voorpoten tegen een boom staat.
Het is de gevelsteen in de St. Luciënsteeg, helemaal rechts in de muur bij de hoek van de Nieuwezijds Voorburgwal, tussen de gevelstenen "De Non" en "D Stadt Vlm".
 

      

Details van de kaart van Balthasar Florisz. uit 1625 (de rode pijl geeft de Haarlemmerstraat aan)

Het Pand Haarlemmerstraat 118 werd in 1919 afgebroken
met de belendende panden 116 en 120 voor de bouw van een filiaal van de Amsterdamsche Bank.
Het pand met trapgevel op de oude foto lag hoogstwaarschijnlijk aan de, omstreeks 1623 aangelegde,
Haarlemmer Houttuinen met een ruim erf ervoor aan de noordzijde, de havenzijde.
Op de kaart van Balthazar Florisz uit 1625 is op deze plek
duidelijk een aantal panden met trapgevels te onderscheiden.
De wallenkant werd hier geheel ingenomen door enorme stapels hout.
Bij latere bebouwing van de open erven aan de Haarlemmer Houttuinen
kwam de oorspronkelijke bebouwing als het ware op een binnenterrein te staan. 


Affbeelding uit het boek Emblemata, van Henckel en Schone

De voorstelling op de steen, een, een geit die,
op haar achterpoten staand probeert de bovenste takken van een boom te bereiken,
is ontleend aan een 17de eeuws embleem van de eerzucht met de volgende tekst:

“Ik richt mij omhoog om uit te munten.
Hij die de top naar de roem wil beklimmen moet naar het hoge streven.
Zoals de geit, die de hoogste blaadjes van de laurierboom probeert te plukken". 

Zie: Henckel und Schone, Emblemata, kolom 534. 

Onno Boers.

 

Terug