 |
Vóór en na restauratie |
Tijdens het stadhouderschap van Prins Maurits in het
begin van de 17de eeuw,
kwam er in de Lage Landen
een goed getraind leger tot stand.
Om discipline in
de doorgaans vrijgevochten legeronderdelen te
krijgen
werden exercitie- oefeningen ingesteld en een
gestandaardiseerd uniform plus uitrusting ontworpen.
Deze exercities met musketten en spiesen, ook wel
wapenhandelingen genoemd,
werden door de grafische
kunstenaar Jacob de Gheyn II (1565- 1629)
in een
serie zeer uitvoerige prenten afgebeeld. De prenten
werden in 1607 als serie uitgegeven
en deze serie "De Wapenhandelinghe van Roers, Musketten ende
Spiesen"
behoorde tot de populairste werken op het
gebied van de krijgskunde.

Prent 11 |

Prent 43 |
Er zijn 18 edities van
bekend
en er verschenen ook
Franse, Engelse Duitse
en Deense uitgaven.
De populariteit van de prenten
was ook doorgedrongen
in de tegelbakkerijen in Delft
en Gouda.
Er zijn series
vroeg 17de eeuwse "schutterstegels" bekend
waarvan de voorstellingen
direct
aan de prenten van De Gheyn zijn ontleend.
En
zelfs Rembrandt heeft voor zijn,
in 1642
geschilderde Nachtwacht
gebruik gemaakt van deze
prenten.
|
Dat ook een anonieme Amsterdamse steenhouwer de
prentenreeks kende
mag blijken uit de gevelsteen met
de musketier, Palmgracht 64, met onderschrift In De
Batavier.
Het reliëf is afkomstig uit het fries
boven de hoge houten pui van een eenvoudige
trapgevel,
die, getuige de jaartalstenen ANNO 1648
tot de oudste bebouwing van de noordzijde van de
Palmgracht behoorde.
In de jaren dertig is het huis
afgebroken en vervangen door het huidige.
De
gevelsteen kreeg een plek in de nieuwe gevel, de
jaartalstenen kwamen in het depot van het KOG
terecht.
De musketier op de gevelsteen is samengesteld uit
onderdelen van twee prenten van De Gheyn.
De houding
van armen en benen van de schutter zijn ontleend aan
prent 11,
terwijl de richting van het musket, de
positie van de linkerarm en de stand van de furketstok
(de steun met gaffel waar het zware
musket op rust) ontleend zijn aan prent 43.
Het onderschrift In De Batavier (in een cursieve
letter, zeldzaam op gevelstenen)
kan te maken hebben
met het jaar 1648, het jaar van de Vrede van
Munster,
een belangrijk feit voor het Nederlands- Bataafse bewustzijn.
In de
vrijheidsstrijd van de Batavieren tegen de Romeinen
zag men destijds een oud-vaderlandse parallel
met de
in dat jaar beëindigde strijd
der Verenigde
Nederlanden tegen de Spanjaarden,
en Claudius
Civilis werd beschouwd
als de historische voorloper
van Willem de Zwijger.
De Batavier op de Palmgracht sierde mogelijk het
huis
van een oud-strijder uit Maurits’ leger,
die
hier op het nieuwe stukje van de Noord Jordaan
van
een rustige oude dag hoopte te genieten.
Het
onderschrift heeft jarenlang voor verwarring
gezorgd.
Van Lennep en Ter Gouw lezen het
onderschrift als "In De Bokanier",
Suasso leest het
als "In De Bukanier",
terwijl de Noord- Hollandsche
Oudheden
er weer "In de Bokanier" van maakt, evenals
de Monumentenlijst.
Alings heeft de steen over het
hoofd gezien,
hij is overigens de hele Palmgracht
vergeten..... |

IN DE BOKANIER
uit collectie Misset (coll. KOG) |
|