Home  Over geveltekens  Resultaten  Verdwenen  Gevonden  Links  Word lid!  Contact  Zoeken
Overzicht van de Amsterdamse gevelstenen

 
OUDEZIJDS VOORBURGWAL 158
Gevelsteen met de wonderbaarlijke visvangst ook wel 'Pietersscheepje' genoemd
 
   De gevelsteen na restauratie


 
De gevelsteen vóór restauratie


De oudst bekende koop/ verkoopakte met betrekking tot dit pand is van 19 januari 1602.
Het betreft een huis en ververij en erf gelegen op de Oudezijds Voorburgwal,
het zuidelijke pand op de hoek van het Blauwlakenstraatje, genaamd “Het Blaeuwe Laecken”.
Koper is Dirck Stoffelsz, bierbrouwer uit Hoorn,
eigenaar van nog een paar andere panden aan de Oudezijds Voorburgwal,
in die tijd ook wel (Delftse) Bierkaai genoemd.
Hij wordt in 1613 begraven vanuit zijn huis “Die Bel”, ook op de Burgwal.
Zijn weduwe Hillegont Martens wordt in 1624 begraven vanuit haar huis “Int Vlies”op de Bierkaai.

Een van de dochters van Dirck en Hillegont, Josina, gaat op 29 maart 1628 in ondertrouw met Johan Elison de jonge. Hij was een zoon van de in het Engelse Norwich wonende dominee Johan Elison Sr.
In 1634 kwamen senior en zijn vrouw een paar maanden naar Amsterdam
en voordat zij teruggingen naar Norwich laat Johan Elison jr. door Rembrandt portretten van zijn ouders maken
(zie over deze portretten het artikel van mr. H.Wijnman in het 31ste Jaarboek Amstelodamum, pag, 81-96).
Aeffge, de andere dochter van Dirck en Hillegont, gaat op 20 april 1621 in ondertrouw met Johan Victorinus,
die later een van de beste vrienden van Joost van den Vondel zou worden.


   
Gravure van Maarten de Vos, ca. 1600 waarnaar de gevelsteen gehakt is



Een volgende koop/ verkoop vond plaats in 1646.
Koper is IJsbrandt Harmensz, spekkoper, die het hoekhuis een jaar later weer verkoopt.
In de akte van 1647 wordt het pand omschreven als “huis en erve,
op de Delftse Bierkaai op de hoek van het Blauwlakensteegje, waar het “Oude Vlies” uithangt”.
In een akte uit 1658 betreffende twee pandjes in de Blauwlakensteeg
wordt het hoekpand weer als “t Vlies” aangeduid.
De twee pandjes in de steeg heten hier “Het Oude Vlies”.

Pas uit 1723 is een volgende verkoopakte bewaard gebleven.
Ene Jacobus van Schoonhoven verkoopt op 19 oktober een pand aan Deodatus Deutgenius.
De omschrijving luidt “een huis en een erf, gelegen op de Zuiderhoek van de Blauwlakensteeg,
genaamd Sint Pietersscheepje”.
We kunnen dus aannemen dat de naamsverandering van Het (Oude) Vlies naar Sint Pietersscheepje
na 1658 en voor 1723 heeft plaatsgevonden
en dat de huidige gevelsteen in de tweede helft van de 17de eeuw gedateerd moet worden,
afwijkend van wat ik in De Gevelstenen van Amsterdam op pag. 230 vermeld.

De naam Sint Pietersscheepje in de akte van 1723 wekt verwarring
want de voorstelling op “onze” gevelsteen is een verbeelding van het Bijbelverhaal Luc: 5, vs. 1- 11,
over de wonderbaarlijke visvangst.
Het moment is vastgelegd waarop de, in opdracht van Jezus naar diep water gevaren vissers
hun overvolle netten binnenhalen.
Dit tot grote verbazing van Simon Petrus,
die we op de gevelsteen zien geknield voor Jezus die op de voorplecht zit,
terwijl hij zegt “vreest niet, vanaf nu zult gij mensen vangen”.
Het Bijbelverhaal over het Sint Pietersscheepje vinden we in Luc: 8, vs. 22- 25.
Daar gaat het over Jezus die met zijn discipelen aan boord van een scheepje zijn gegaan.
Halverwege de overtocht steekt een verschrikkelijke storm op.
Hij weet de storm en de golven te bestraffen en een veilige overtocht te bewerkstelligen.

De beeldhouwer heeft de gravure van Cornelis Galle
uit de serie Vita, Passio et Resurrectie Jesu Christ (naar Maarten de Vos uit ca. 1600) als voorbeeld genomen.
Tot in kleine details heeft hij het voorbeeld gebruikt, zie bijv. de dubbele ophanging van het anker.
Maar, en dat is een wezenlijk verschil met de gevelsteen,
op de voorbeeldprent is het duidelijk een net vol vissen dat opgehaald wordt,
de steenhouwer heeft er echter een massa mensen van gemaakt.
Hij loopt dus vooruit op de uitspraak van Jezus...

Onno Boers, met dank aan Hans Brandenburg voor het huisonderzoek.
 

Terug