
Vóór en na restauratie
In 1960 kregen negen gevelstenen een plek in
een, van oude baksteentjes opgetrokken muur tegen de
zijgevel van Sint Olofssteeg 5. Deze zijgevel
was eind 1939 in zicht gekomen door afbraak van de
huizen Sint Olofssteeg 7 en 9. In mei 1993 werd
in de muur een deur aangebracht met een trap
naar het terras aan het water van de Oudezijds
Voorburgwal. De gevelstenen waren afkomstig uit
de depotcollectie van het Rijksmuseum (2 stuks)
en uit de verzameling van het Koninklijk
Oudheidkundig Genootschap (7 stuks).
Op een
lommerrijk terras voor de restauratie van de stenen
De locatie van
de muur met de oude bebouwing in 1912
1.
Gevelsteen met een naar rechts zeilende driemaster.

Na en vóór
restauratie
De steen is afkomstig van
Haarlemmerdijk 22 en werd in 1880 door het K.O.G.
verworven. De driemaster is op de spiegel
gedateerd 1745 en de naam T HUYS TVREEST is
daaronder duidelijk te lezen. In de
scheepsregisters van de V.O.C. komt geen schip met
deze naam voor, wel werd in 1731 werd op de werf
van de Kamer van Hoorn van de V.O.C. het schip HUIS
TE FOREEST gebouwd. Het schip heeft vanaf 1731
diverse retourvaarten gemaakt naar Japan, Batavia,
Ceylon en China. De laatste vaart van Texel en,
via Batavia, weer terug naar Texel maakte het
schip van 27 mei 1744 tot 11 januari 1745 voor de
Amsterdamse Kamer van de V.O.C. onder leiding
van schipper Gerrit Blauwpot. Op vallend aan het
reliëf zijn de woeste golven die als het ware over
de rand van de steen spoelen.
2. Steen met een, op haar nest
staande “pelikaan” die haar drie jongen met haar
eigen bloed voedt.

Na en vóór
restauratie
Op de onderrand in
twee regels INDE PEILKAAN / ANNO 1791. De steen
is afkomstig uit Elburg en werd in 1903 aan het
Rijksmuseum geschonken. Een pelikaan, zoals op
de gevelsteen is voorgesteld, geldt als symbool voor
de opofferende (moeder)liefde. De bron van dit
verhaal is de Phisiologus, een Grieks geschrift uit
de tweede eeuw na Christus. Daar wordt
beschreven dat de jonge pelikanen hun moeder in het
gezicht pikken. Zij doodt haar kinderen meer
krijgt na drie dagen spijt. Zij pikt met haar
snavel haar borst open en wekt haar jongen tot leven
met uitvloeiende bloed. Daar tot ver in de 17de
eeuw een juiste afbeelding van de pelikaan niet
algemeen bekend was, heeft de vogel op vrijwel
alle oude gevelstenen met “pelikanen” niet de
kenmerkende grote snavel met keelzak, maar
eerder, zoals ook op deze gevelsteen een korte,
roofvogelachtige snavel. De steen is Wil Abels
gepolychromeerd aan de hand van aangetroffen
kleursporen.
3. Steen
met een z.g. tonnenboei.

Na en vóór
restauratie
Een
tonnenboei bestond uit drie delen, een zware ijzeren
kogel, een ketting en de eigenlijke boei die,
omgekeerd op het wateroppervlak dreef. De
havenstad Amsterdam had de verantwoordelijkheid voor
het regelen van een veilige vaart over de Zuiderzee.
De stad droeg de zorg voor het onderhouden van
“vuurtekens” op de kust bij Huisduinen, Texel en
Vlieland en een 60-tal bakens (boeien zoals op
de gevelsteen) in de Zuiderzee. Al in een keur
van 1417 wordt bepaald dat elke schipper die in de
Amsterdamse haven aankomt voordat hij zijn
lading lost zijn bakengeld moet voldoen.

Het Paalhuis op een
schilderij uit 1640-1666 van Jan Abrahamsz.
van Beerstraten.
Deze
bijdrage in de onderhoudskosten moest betaald worden
in het Paalhuis aan de Nieuwe Brug. Op oude
gravures van het Paalhuis zijn duidelijk twee
gevelstenen te zien met een tonnenboei, vrijwel
gelijk aan deze steen. Het Paalhuis werd in 1681
afgebroken. Waar deze steen bewaard is gebleven
is niet bekend, ook niet wanneer het Rijksmuseum
de steen verworven heeft.
4. Steen met een keizerskroon,
gehouden door twee knielende mansfiguren.

Na en vóór
restauratie
De steen is afkomstig van Lange Niezel 10 en
werd in 1886 door het K.O.G. verworven.
Opvallend aan de gevelsteen is, afgezien van de
grote, fors uitgevoerde keizerskroon, het
cartouche met de uitstekende en omkrullende
ornamenten waaraan de invloed van de Zuid-
Nederlandse architect Hans Vredeman de Vries te
herkennen is. Reeds in 1549 wordt in een akte
(in het familiearchief De Graeff) het pand “De
Keijsershoet met een zeepziederij” in de Niezel
genoemd. Later woonde er de regent Hendrik
Boelens, en omstreeks 1600 Jacob de Graeff,
wiens zonen Cornelis en Andries bekende 17de eeuwse
burgemeesters werden.
5. Gevelsteen met Noach en zijn familie op weg naar
de ark.

Na en vóór
restauratie
Op de onderrand 16 IN DE
ARCKE NO 76. Afkomstig van Spuistraat 50 en in
1880 door het K.O.G. verworven. In het boek De
Uithangteekens etc. (1880, deel II, pag. 51) wordt
deze gevelsteen door de auteurs Van Lennep en
Ter Gouw als een der aardigste die er nog is
beschreven. Zij vervolgen: "De Heer en Mevrouw
Noach en verdere familie kuieren er, uitgedoscht
als Amsterdamsche burgerluitjes die, met hun pakje
onder de arm, voor plezier een uitstapje naar
Haarlem gingen maken, naar de Ark".
Gespiegelde
afbeelding van de prent van Claes Jansz. Visscher De
beeldhouwer van het reliëf heeft een prent van Claes
Jansz. Visscher naar J. Londerseel uit plm. 1646
als voorbeeld gebruikt. Een opvallend detail is
dat de beeldhouwer van de reeks dieren op de
loopplank alleen de eenhoorn heeft overgenomen.
6. Gevelsteen met een
spijkerboor.
Na en vóór
restauratie
Herkomst onbekend.
Was tot 1955 tentoongesteld in het Waaggebouw (toen
nog in gebruik als Amsterdams Historisch Museum)
en werd toen overgebracht naar het depot van het
K.O.G. De steen zal, gezien de vorm van het
vlakgehakte cartouche, te dateren zijn in het eerste
kwart van de 17de eeuw. Het na de restauratie
opgeschilderde jaartal is een vrije interpretatie
van Jos Otten. Een spijkerboor werd gebruikt om
gaten voor te boren voor pen- en- gatverbindingen,
zowel in de scheepsbouw als in de kapconstructie
van gebouwen.
7.
Gevelsteen met een leeuwin, liggend voor een duin,
waarvoor een houten “kaap”; rechts een schip op
zee.


Na en vóór
restauratie
Afkomstig van Kleine
Kattenburgerstraat 14- 16, collectie K.O.G.
Wanneer precies verworven valt niet te achterhalen,
maar het moet kort na 1903 zijn want in de
Noord-Hollandsche Oudheden, 1903, deel VI, pag. 43,
wordt de steen nog ter plaatse gesignaleerd.
In het jaarverslag 1906/ 07 van het K.O.G. wordt
vermeld dat deze steen van het Muntgebouw, waar
het K.O.G. toen gevestigd was, overgebracht werd
naar het Stedelijk Museum. Daar werd de steen,
na schoongemaakt te zijn, tentoongesteld. De
voorstelling op de steen valt te lezen als “Kaap
Leeuwin”. Cape Leeuwin is nog steeds de naam van
de meest zuidwestelijke punt van Australië. Het
V.O.C. schip Leeuwin ontdekte in 1622 dit punt.
Er zijn nog veel plekken aan de Australische
westkust waar namen van Nederlandse
scheepvaarders/ ontdekkingsreizigers zijn verbonden
o.a. Arnhemsland, Tasmanland, de Houtmanrotsen
en Dirk Hartoghseiland. De houten constructie
achter de leeuwin is een “kaap”, een langs de
kust geplaatst oriëntatiepunt voor de scheepvaart.
8. en 9. Twee stenen,
maansikkel met profielgezicht en een aanziende zon.

De Zon, na en vóór restauratie

De Zon, na en vóór restauratie
Herkomst Lepelstraat 20- 22,
Collectie Rijksmuseum. Suasso vermeldt in zijn
Schetsboek (1875) de twee stenen op pag. 197.
Hij loopt eerst langs Weesperstraat 120 waar hij de
steen NOYT GEDOCHT noemt (sinds 1968 Zandhoek 12)
en dan volgt: nr. 4, in het slopje, basreliëf
boven de tweede verdieping, waarin een wassenaar
(= een halve maan) en op nr. 6 een reliëf met een
stralende zon. Van Arkel en Weissman (Noord-
Hollandsche Oudheden, (deel VI, 1903, pag. 56)
noemen de twee stenen op het adres Lepelstraat 2- 4.
De Voorlopige Monumentenlijst van 1928 noemt de
stenen niet. H.W. Alings noemt in een artikel in
Ons Amsterdam (13e jg. pag 118) als adres
Lepelstraat 20- 22, met een verwijzing naar de
oude nummers 4- 6. Op een stadsplattegrond van
omstreeks 1900 is te zien dat in de Lepelstraat,
richting Onbekendegracht, achter het hoekhuis
Weesperstraat 126 twee panden 4- 6 genummerd waren.
Hier zaten dus de twee stenen met de zon en de
maan.
 Stratenmakerswerf
(nu Lepelstraat e.o.) Gezien in oostelijke
richting vanaf de zijtak Onbekendegracht naar de
achterzijde van de huizen Weesperstraat 112 t/m 134
(v.l.n.r.) en Lepelstraat 2 en 4. De rode pijl
geeft de panden Lepelstraat 4 en 6 aan. Foto uit
1891 gemaakt door Jacob Olie © Stadsarchief
Amsterdam In 1891 maakte Jacob Olie een foto van de
Stratenmakerswerf die weldra verplaatst zou worden
in verband met het doortrekken van de
Lepelstraat naar de Onbekendegracht. Op deze
foto zijn de twee panden achter het hoekhuis
duidelijk te zien.
Onno Boers |