Na restauratie door Wil Abels
Vóór restauratie
In 1592 kocht Pieter Taeckes van Molcqueren het lege
erf op de hoek van de Oude Waal en de latere 2de
Jonkerdwarsstraat, van de lakenkoopman Cornelis Coenezoon en liet er een huis bouwen
waarvan de naam aan zijn Friese afkomst herinnerde:
Het Wapen van Molqueren. Deze naam is door de
eeuwen heen aan dit pand verbonden gebleven. In
een koopakte van 27 januari 1680 wordt het pand als
volgt beschreven: ”een huijs en erve staande en
leggende op de Wael over de Nieuwebantemmerbrug
daer t Wapen van Molqueren in de gevel staet,
belendend Simon Sieuwertse aen d oostzijde en
een gemeene steeg aen de westzijde”. Uit de
kohieren van 1742 blijkt dat in dat jaar het
hoekhuis bewoond werd door de destillateur
J.Sieberge, aangemerkt als een kapitalist met
twee dienstbodes en een inkomen van fl. 3000.- .
Kennelijk heeft Sieberge of een latere
eigenaar/bewoner omstreeks 1760 het pand laten
“moderniseren”, en de oude huisnaam in een
fraaie rococo-omlijsting gehandhaafd. In de
Monumentenlijst van 1928 wordt het als volgt
beschreven: “Oude Waal 1. Ingezwenkte halsgevel
(XVIII-c) tuitvormige top. Op de top en op de
krullen siervazen. Gevelsteen wapen en “Molqueren” (Molkwerum)”.
Op een pentekening in het Stadsarchief van kort na
1914, is het hoekhuis in de beschreven staat te
herkennen, zo ook op de onderstaande foto uit ca.
1900.

Links van de
brug: Oude Waal
5
(gedeeltelijk) t/m 2, rechts de
Kromme Waal
38
t/m 35
aan de Waalseilandgracht
Fo to
uit
ca 1900 © Stadsarchief Amsterdam
In de jaren 1925-1939 werd de buurt tussen Oude
Waal en de Recht oomssloot gesaneerd. Het
grootste deel van de verkrotte bebouwing van de
Jonkerstraat en de Ridderstraat en de beide
dwarsstraten werd afgebroken en aan de verbrede
dwarsstraten die de namen Lastageweg en
Montelbaansstraat kregen, verrezen strakke saaie
woonblokken.
De panden Oude Waal 1, 2 en drie werden
afgebroken. Op de plek van Oude Waal 1 verrees
geen nieuwe bebouwing, het vrijgekomen perceel
werd gebruikt om de smalle Tweede Jonkerdwarsstraat
te verbreden. (Sinds Raadsbesluit 18-03-1931
Lastageweg)
Op de plek van de afgebroken panden Oude Waal 2
en 3 verrees een strakke, vier ramen brede
tuitgevel van vier verdiepingen. Op de begane
grond was het cafe-biljard De Scheepvaart gevestigd.
De 18de eeuwse gevelsteen met het wapen van
Molqueren uit nr. 1 kkreeg een plek boven de pui
van het café op nr. 2. Huisnummer 3 was vervallen.

Oude Waal 2-14 in 1974,
fotograaf J.M. Arsath Ro'is © Stadsarchief Amsterdam
Ruim 40 jaar later, omstreeks 1968-1974
verschenen er weer slopers in de buurt. r>In
verband met de aanleg van de oostlijn van de Metro
moesten er grote delen van de Lastagebuurt tegen
de grond, waaronder ook de bebouwing aan de
beide zijden van de Lastageweg. Het in 1938
gebouwde café De Scheepvaart viel ook onder de
slopershamer en de oude gevelsteen werd
opgeslagen bij Monumentenzorg. Nadat de
ondergrondse metrowerkzaamheden waren voltooid
verrees in 1987 op de hoek van de Oude Waal en de
Lastageweg het huidige woonblok.

Oude Waal 2A-D
(nieuwbouw)-8. in 1987 V.r.n.l. Rechts Kromme
Waal thv. de Binnen Bantammerstraat, voorgrond
brugnr. 283, links: toren Zuiderkerk. Foto
genomen vanaf dak Scheepvaarthuis. fotograaf: Ino
Roëll © Stadsarchief Amsterdam
Aanvankelijk bleef de steen bij
Monumentenzorg,
stond zelfs een tijdje opgesteld in het
Gemeentearchief op de Amsteldijk, maar werd
omstreeks 1970 herplaatst boven de ingangspartij van
het hoekpand. Twee andere gevelstenen die de
sloop overleefden werden door bemiddeling van
Monumentenzorg elders in de stad herplaatst.
Steen De Leeuw van Lastageweg 11 kwam terecht op
Utrechtsestraat 92 en het steentje uit 1634 van
Nieuwe Ridderstraat 14-16 met een omgekeerde
wereldbol kreeg heel onhistorisch een plek op
Herengracht 419.
In het najaar van 2009 gaf woningstichting Y-mere
toestemming aan de VVAG om Wil Abels het
prachtige rococo-cartouche van dikke verflagen te
ontdoen en het wapen van Molkwerum in de luiste
heraldische kleuren te schilderen.
Het dorp Molkwerum.
Klein dorp in het zuidwesten van Friesland, aan
de kust tussen Hindelopen en Stavoren. Nu een
“vlek” met (in 1998) 350 inwoners maar in haar
bloeitijd, de 16de en 17de eeuw ruim 2000
inwoners en een redelijk belangrijke haven. In
de registers van de Sontvaart komen opvallend veel
schippers uit Molkwerum voor.
In het Aardrijkskundig woordenboek der
Nederlanden van A.J. van der Aa, waarvan tussen
1839 en 1851 veertien delen verschenen, wordt o.a.
gezegd: “Toen de scheepvaart hier nog bloeide,
kon men somtijds huis aan huis gaan, zonder
mannen, tenzij grijsaards, aan te treffen”.
Een merkwaardigheid van Molkwerum was het
feit dat het dorp toen feitelijk bestond uit
zeven kleine eilanden die zonder enig
straten-systeem waren bebouwd. Molkwerum werd
dan ook wel het Friese Doolhof genoemd.
Onno
Boers.
|