Al heel lang stond de restauratie van deze
bijzondere steen op het verlanglijstje van de VVAG.
Telkens wisselende eigenaren, eigenaren die niet
op onze verzoeken reageerden,
het was om
hopeloos van te worden.
Tot we in het voorjaar
van 2009 via een makelaarskantoor toestemming kregen
om het beschadigde (de snuit van de vos was ooit
afgebroken) en verwaarloosde reliëf aan te pakken.
De sierlijke Lod. XIV
ornamenten ter weerszijden
waren behoorlijk
aangetast door langslopend vocht en algengroei.
Aan de hand van een oude foto kon de snuit van de
vos aangeheeld worden,
evenals de kleine
beschadigingen aan de zij-ornamenten.
Veel kleur
werd er niet aangetroffen dus heeft Wil Abels in
juli 2009
de voorstelling in natuurlijke kleuren
geschilderd.
In het fronton van de, in de
jaren ’30 herbouwde halsgevel
is het
alliantiewapen van de familie Oudermolen-Dekker.
Christiaan van Oudermolen liet in 1727 het pand
vernieuwen
en ter gelegenheid daarvan het
gefantaseerde familiewapen aanbrengen.
Wat de
relatie is tussen de bouwheer en de voorstelling op
de gevelsteen is onduidelijk,
misschien dat de
moraal van de fabel van de vos en de krab:
“hoogmoed komt ten val en opschepperij leidt nergens
toe” hem wel aansprak.
De fabel van de vos en de krab:
Dit verhaal gaat over de vos
die op zekere dag een krab tegenkomt.
De vos
verwonderde zich over de trage gang van de krab en
vraagt hem waarom hij niet sneller kan lopen.
De
krab antwoord dat hij sneller dan de vos kan lopen.
Vos en krab maken er wat ruzie over totdat de
krab zegt:
“zullen we er om wedden, wie het
eerst bij het dorp daar verderop is, is de winnaar
en je krijgt van mij nog een vossenlengte
voorsprong.
Jij gaat voor mij staan, ik sta
achter je en als ik roep Start dan beginnen we”.
De vos vond dat een prima idee
en draaide zijn achterlijf met de grote harige
staart naar de krab toe.
De krab riep Start,
maar had zich intussen, zonder dat de vos het
merkte,
met beide scharen in de staart
vastgebeten.
De vos rende uit alle macht en
bij het dorpje aangekomen draaide hij zich om.
Om te kijken waar de krab bleef. Die had zich uit de
staart van de vos laten vallen
en riep;
“Mijnheer vos, ik sta hier al een tijdje te wachten,
waar blijf je nou toch?”.
Het was duidelijk dat de vos de
weddenschap verloren had
en hij liep met de
staart tussen de poten boos weg.
Dit verhaal over de vos en de krab komt al in de
middeleeuwen als volkssprookje in Rijnland en
Westfalen voor.
In de 19de eeuw
hebben de gebroeders Grimm (Jacob 1785-1863 en
Wilhelm 1786-1859)
het bewerkt en is de krab een
kreeft geworden.