Als onderdeel van de tweede
stadsvergroting in 1592
werden, aansluitend aan
het bestaande oostelijk havengebied
drie
eilanden aangeplempt, Rapenburg, Uilenburg en
Marken.
Aanvankelijk werden deze eilanden
bestemd voor scheepsbouw en scheepsonderhoud,
als verruiming en vervanging van de werfterreinen op
en aan de Lastage,
maar al vlug, en zeker na de
aanleg van de eilanden Kattenburg, Wittenburg en
Oostenburg
veranderde de industriële functie
grotendeels in een woonbestemming.
In de lengte
van Uilenburg werden twee smalle straten gerooid, de
Uilenburgerstraat en de Batavierstraat, onderbroken
door de 1ste en 2de
Batavierdwarsstraat.
Deze dwarsstraten sloten
aan op twee bruggen over het water van de Oude
Schans naar het Lastagegebied.
Het bouwblok
tussen de twee hoofdstraten was zo smal dat de
meeste huizen rug- aan- rug waren gebouwd.
De
kade langs de Oude Schans kreeg grotendeels een
pakhuisbebouwing
en de kade langs de
Uilenburgergracht bleef een overwegend industriële
bestemming houden
met pakhuizen en kleine werven
en werkplaatsen direct aan het water gelegen.
In 1901 verschijnt het rapport
“Krotten en Sloppen”.
Het was een onderzoek naar
de woningtoestand in Amsterdam,
geschreven door
L.M. Hermans met illustraties van Albert Hahn,
in opdracht van de Amsterdamsche Bestuurdersbond.
Het rapport was het resultaat van een aantal
kritische wandelingen door een paar,
in die tijd
befaamde krottenwijken: de Jordaan, de Eilanden en
de Jodenhoek.
Met de Jodenhoek werden
de
Joden Houttuinen, de Valkenburgerstraat, de
Uilenburgerstraat en de Batavierstraat bedoeld.
 |
 |
 |
Uilenburgerstraat
30-34, in juni 1925 met de gevelsteen
D.DELFSE TUYNPOT en de gevelsteen met
een bijl en een dissel
|
Uilenburgerstraat 106,in
1925 met de gevelsteen UYLENBURG
|
Uilenburgerstraat
51- 67, in mei 1925 met de gevelsteen D
KOONING DAVID
Foto's © Stadsarchief
Amsterdam |
Het was
bekend dat de woon- en leefomstandigheden in de
Jodenhoek niet al te best waren,
maar dat het zo
erbarmelijk was, was toch wel een pijnlijke
verrassing.
De auteur telde in de
Uilenburgerstraat bijv. alleen al
45
een- kamerwoningen met 5, tot wel 10 bewoners
per “woning”.
Ook de sanitaire voorziening waren
ten hemelschreiend.
Na 1902, als
gevolg van de invoering van de
Woningwet,
werden met grote regelmaat de
bordjes “Onbewoonbaar verklaarde woning”
aangetimmerd
en in 1912 werd bij Koninklijk
Besluit aan de Gemeente Amsterdam een bedrag van Fl.
700.000,- toegekend
tot onteigening van de
huizen op Uilenburg.
Het Raadsbesluit van 1916
om tot een grote sanering van, in ieder geval de
straten op Uilenburg te komen,
luidde een
periode in van systematische sloop van 333 percelen
in de Uilenburger- en de Batavierstraat.
Het
gehele bouwblok tussen deze twee straten werd in
ieder geval gesloopt,
daar werd de huidige
Nieuwe Uilenburgerstraat aangelegd.
De oneven
zijde van de Nieuwe Uilenburgerstraat kreeg totaal
nieuwe bebouwing
met o.a. een badhuis annex
sectiepost van de Stadsreiniging
en een
schoolgebouw op de hoek van de nieuw gerooide Nieuwe
Batavierstraat.
Een groot deel van de Nieuwe
Uilenburgerstraat wordt ingenomen
door een
bakstenen woningblok in late Amsterdamse School
stijl.
Het is een ontwerp van mej. Jacoba
(Kootje) Mulder (1900- 1988) werkzaam als architect
bij Publieke Werken.
Op de hoek van dit woonblok
en de Oosterse Kade is een gevelplastiek van de
beeldhouwer J. Remiens,
voorstellende een
vrouwenfiguur en het jaartal 1927, het jaar van
voltooiing van de sanering.
De school De
Witte Olifant, gezien vanaf de Oudeschans
Bij de sloop van de woningen
waren een aantal gevelstenen vrijgekomen
waarvan
er 5 een plek kregen in de muur van het schoolgebouw
in de Nieuwe Batavierstraat
en 3 exemplaren in
de muren van het badhuis op de hoek van Nieuwe
Uilenburgerstraat en Houtkopersburgwal.
De
fraaie steen Het Wapen van Portugal, van
Uilenburgerstraat 35,
kreeg een plek naast de
ingang van het huidige Nieuwe Uilenburgerstraat 59,
het gebouw van de Dienst Infrastructuur Verkeer
en Vervoer.
In de gevels van het
schoolgebouw aan de Nieuwe Batavierstraat en de Oude
Schans
zijn de volgende gevelstenen ingemetseld
(getoond na en vóór restauratie in 2010):
|
1
D.DELFSE TUYNPOT
1759, afkomstig van Uilenburgerstraat 34. |
| |
|
 |
| |
|
|
2
DE WITTE OLIPHANT,
afkomstig van Batavierstraat 16. |
| |
|
 |
| |
|
|
3
UYLENBURG, afkomstig
van Uilenburgerstraat 106. |
| |
|
 |
| |
|
|
4
D KOONING DAVID,
afkomstig van Uilenburgerstraat 67. |
| |
|
 |
| |
|
|
5
Steen met een bijl
en een dissel, ANNO 1734, afkomstig van
Uilenburgerstraat 30. |
| |
|
 |
De stenen 2 en 3 waren al in 2001 door Roberto Ajala
schoongemaakt en gepolychromeerd,
de andere drie
heeft Wil Abels in april van dit jaar (2010) onder
handen genomen.
Onno Boers