Vóór en na restauratie
DE LASTAGE
Op de houtsnedekaart van Cornelis Antonisz uit 1544
ligt het gebied dat we nu de Lastage noemen
nog buiten de, in 1488/90 gebouwde stadsmuur tussen
de Sint Antonispoort (Waag) en Scheierstoren.
We zien scheepswerven, lijnbanen en andere
tijdelijke gedoogde bouwsels.
Pas bij de eerste uitleg van de stad in de jaren
1585-86 kwam dit gebied binnen de nieuwe stadsmuur
te liggen.
Op de eerste druk van de plattegrond van Pieter Bast
uit 1597 is duidelijk te zien
dat er al straten gerooid zijn en is er langs de
Jonker- en Ridderstraat al sprake van aaneengesloten
bebouwing.
Op deze kaart is er nog geen brug vanaf de
Stormsteeg naar de overkant.
 |
 |
|
Detail van plattegrond Pieter Bast uit
1597 |
Detail van houtsnedekaart Cornelis
Antonisz uit 1544 |
| |
|
Deze werd pas in 1599
vanaf het voormalige Sint
Nicolaasbolwerk gebouwd
naar de toen ook gerooide
Bantammerstraat op het Lastageterrein.
Op een latere druk van deze kaart (1617)
is de brug wel aangegeven,
maar is het halfronde fundament van het
bolwerk “vergeten”.
De, voor die tijd brede Bantammerstraat
gaf direct toegang
tot de Kromme en de Oude Waal, de twee
kades langs de Waal,
de grote inham van het open IJ aan deze
zijde van de stad.
De scheepsreparatiebedrijven,
teerkokerijen en lijnbanen waren
ondertussen verder naar het oosten
verplaatst,
naar de nieuw aangelegde eilanden
Uilenburg, Marken en Rapenburg. Het
stadsbeeld ter plaatse zal in de jaren
1645- 1647
totaal veranderen door de aanleg van het
Waalseiland
waardoor de IJ oever verlegd werd naar
de Buitenkant,
de huidige
Prins Hendrikkade. |

Hoekpand Binnen Bantammerstraat/ Kromme
Waal |
| |
|

Detail uit "Gezicht op het IJ bij
Amsterdam",
Hendrik Corneliszoon Vroom 1566-1640. |
DE GEVELSTEEN
De gevelsteen in de zijgevel van het
pand Kromme Waal
hoek Binnen Bantammerstraat heeft,
gezien het jaartal 1602
de gevel van het eerste stenen huis op
deze plek gesierd.
Op het stadsprofiel van Hans Rem en
Willem Jansz. Blaeu uit 1606
is dit stenen hoekhuis duidelijk te
onderscheiden.
De gevelsteen, waarschijnlijk
oorspronkelijk
in de gevel aan de Kromme Waal, heeft
alle verbouwingen
en moderniseringen van het huis
doorstaan
en werd in 1875 door Jhr. Suasso
op de huidige plek in de zijgevel
gesignaleerd.
Hij noemt het schip een kof en vermeldt
erbij
dat het reliëf in kleuren overschilderd
is.
In verband met de metroaanleg werd in
1964 de hoek,
met de panden Kromme Waal 37, 38 en 39
en Binnen Bantammerstraat 23, 25 en 27
geheel afgebroken.
Van Kromme Waal 39 stond toen overigens
alleen nog een onderstuk. |
Na
voltooiing van het tunneldeel ter plaatse
werd in de jaren 1985/86 de gehele hoek door
architectenbureau Rappange in historiserende
stijl herbouwd, gefundeerd op rubberen blokken
om trillingen van de metro op te vangen, en de
gevelsteen keerde,
in ongerestaureerde staat terug in de zijgevel.
Pas in het voorjaar van 2008 kon de VVAG, na
contact met Woonstichting Y-mere,de eigenaar van
het pand,
de ruim 400 jaar oude gevelsteen (65 x 60 cm)
door Wil Abels laten schoonmaken
en, aan de hand van teruggevonden kleursporen,
polychromeren.
Als een kleine hommage aan de opdrachtgever is
het vaantje aan de mast met een Y gesierd.
Het schip op de gevelsteen is een smalschip, een
vroeg type beurtvaarder,
met een gebogen oplopende voorsteven en een
spits toelopende hoge achtersteven.
Over de lengte van voor- naar achtersteven zijn
drie zware z.g. berghouten (verstevigingsbalken)
aangebracht
en het zwaard is neergelaten langs de stootklos.
Midscheeps is duidelijk de roef aangegeven,
zelfs de gepotdekselde planken ervan zijn
herkenbaar.
Merkwaardig is de ophanging van het spriettuig,
het zware rondhout dat normaliter vanaf de
onderkant van de mast schuin naar achteren en
omhoog steekt
om het sprietzeil op te houden.
Onze steenhouwer heeft hier kennelijk een
vergissing gemaakt.
Onno Boers.
|