Het is algemeen bekend dat gevelstenen in de 17de en
18de eeuw,
toen het huidige systeem van huisnummering nog niet
bestond, als adresaanduiding werden gebruikt.
In oude overdrachtsacten leest men vaak
"een huis staande ende gelegen in de ….straat,
alwaar Het Gouden Kalf in de gevel staat".
Gevelstenen hoorden bij het huis en mochten niet van
het ene naar het andere adres verhuisd worden.
Bij een verbouwing/ vernieuwing van een pand bleef de
oude, in steen verbeelde huisnaam dus behouden.
Soms gebruikte men de oude gevelsteen, soms werd er
een nieuwe gehakt,
passend bij de stijl en de vorm van het nieuwe pand.

In de bijzonder fraaie klokgevel Kloveniersburgwal
67 uit het eerste kwart van de 18de eeuw
is in het beeldhouwwerk in de top, tussen zware
symmetrische bladvoluten
een 17de eeuwse gevelsteen met een staande piekenier
hergebruikt.
Deze piekenier in zijn ouderwetse harnas maakt
stilistisch geen deel uit van het omringende
beeldhouwwerk
en is aan de ruwe behandeling van de achtergrond en
de eenvoudige rand, als een vreemd element
herkenbaar.
Uitgebreid huisonderzoek heeft jammer genoeg geen
oude huisnaam aan het licht gebracht.
Geveltop Keizersgracht 88
In het beeldhouwwerk van de, in 1718 gebouwde
halsgevel Keizersgracht 88
is ook de oude gevelsteen hergebruikt.
Het oude pand werd al in 1663 aangeduid als De Drie
Koningen.
Aan het reliëf in de top is duidelijk te zien dat de
oude gevelsteen aan de onderzijde is ingekort;
de drie koningen hebben geen benen meer.
Bovengenoemde voorbeelden zijn dus echt als
gevelstenen te beschouwen
en zullen als zodanig in de index worden opgenomen. |