De gevelsteen in de gevel van Keizersgracht 45
De fraaie halsgevel van Keizersgracht 45 met
siervazen en fronton met jaartal 1754, in dat
jaar gebouwd voor de koopman Johannes van Eijndhoven,
heeft onder het middenraam van de eerste
verdieping een langwerpige gevelsteen (80 x 115 cm.)
waarop een zittende vrouw met een kind op
schoot. Aan haar rechterzijde staat een jongetje
dat met het kind speelt. Boven de vrouw zweven
twee engeltjes die een krans vasthouden en langs
bovenkant en de zijkant hangen geplooide draperieën.
De steen heeft geen op- of onderschrift.
Het pand Keizersgracht 45
In de diverse litteratuur wordt de voorstelling
omschreven als Maria met Kind en Johannes. Van
Lennep en Ter Gouw (De Uithangteekens etc. (deel II,
1868, pag. 74) beschrijven de steen als “…op de
Keizersgracht bij de Brouwersgracht, zit Maria met
haar Kind op de heuvel Sion, een jongeling
(Joannes ?)knielt voor het kind; op den heuvel,
ter zijde een boomstam, de afgehouwen tronk van
Jesse. In de lucht, tussen draperieën, twee
engelen die Maria kronen”.
Jonkheer Suasso
geeft echter in zijn Schetsboek (1875) op pagina 25
een andere interpretatie, hij noemt het een bas-
reliëf, de moederliefde voorstellend. De
beschrijving van Van Lennep en Ter Gouw wordt
overgenomen door alle latere gevelsteenauteurs,
inclusief ondergetekende. Van Arkel en Weissman
(Noord- Hollandsche Oudheden, VIe stuk, pag. 44)
verwijzen in hun beschrijving naar Van Lennep en Ter
Gouw.
De samenstellers van de Voorlopige
Monumentenlijst (1928) noemen de voorstelling
‘Jezus met Maria en Johannes’, terwijl Alings (Amsterdamsche
gevelstenen (1949, pag. 38) vrijwel letterlijk de
tekst van Van Lennep en Ter Gouw overneemt.
In d’Ailly’s Historische Gids (bewerking H. Wijnman
1974) wordt beweerd dat de steen 16de eeuws is
en in de Geschied- en bouwkundige beschrijvingen bij
het Grachtenboek (1962) dateert E. van Houten de
steen op plm. 1860, een jaartal dat Hans
Tulleners in zijn Amsterdamse Grachtengids (1978,
pag. 155) klakkeloos overneemt. Tulleners heeft
trouwens het jaartal 1754 in het fronton over het
hoofd gezien.
Gravure "Het
Geloof, De Liefde en De Hoop", van Jan van
Londerzeel
Uit een toevallige vondst
van Pancras van der Vlist blijkt dat Jonkheer Suasso
met zijn, “een voorstelling van de moederliefde”
het bij het rechte end had. In het
Prentenkabinet van Museum Boijmans - Van Beunigen te
Rotterdam, is een 17de eeuwse gravure van Jan
van Londerzeel met drie zittende vrouwenfiguren in
een landschap, getiteld "Het Geloof, De Liefde
en De Hoop".
Ter vergelijking
De middelste figuur, de Liefde
heeft zonder twijfel als voorbeeld gediend voor de
beeldhouwer van de gevelsteen. Het,
vereenvoudigde landschap op het reliëf werd door Van
Lennep en Ter Gouw geïnterpreteerd als de Berg
Sion en de, eveneens versimpelde boomstam op de
steen werd “de afgehouwen tronk van Jesse”.
De twee engeltjes met de krans kronen niet de maagd
Maria maar accentueren de figuur van de Liefde,
een van de drie Goddelijke deugden, die in veel
voorstellingen als de Charitas, een vrouw met
twee of drie kinderen wordt voorgesteld.
Zie hiervoor ook de gevelstenen in de Gouwenaarsteeg
23 en Singel 31.
Onno Boers. |