
De
gerestaureerde steen
In 1991 werd de net opgerichte VVAG benaderd door
Prof. V.P. Semeijn Esser,
oud directeur van de Rijksacademie van Beeldende
Kunst.
Hij vertelde dat de Academie bezig was te verhuizen
naar de Sarphatistraat
en dat het oude gebouw leeg opgeleverd moest worden.
Of de VVAG misschien interesse had in wat oude
steenbrokken
die anders in de tuin achtergelaten zouden worden.
Tot onze verrassing lagen daar, tussen andere
onbewerkte blokken natuursteen,
een gevelsteen met het interieur van een
papiermolen,
het ondergedeelte van een frontonvulling met het
onderlijf van een staande man met een grote vis
en een boogvulling met tekst betreffende het
Henriettehofje.
De VVAG kon de beschikking krijgen over deze
bouwfragmenten als ze maar vlug opgehaald werden.
De volgende dag al lieten we Restauratieatelier
Snoep en Vermeer het een en ander ophalen.
De
huidige locatie van de steen

Damrak 98
Naar tekening van E.W. Geerling
|
De grote gevelsteen (80x 133 cm) met het
interieur van een papiermolen
was afkomstig van het, in 1908
afgebroken pand Damrak 98,
in 1649 gebouwd voor de gefortuneerde
papierhandelaar Pieter Haack.
In de Noord- Hollandsche Oudheden van
1903 (deel VI, pag. 18)
wordt het pand beschreven en afgebeeld.
De gevelsteen wordt wel in de tekst
vermeld
maar op de tekening is er slechts een
wit vlakje.
In de Voorlopige Monumentenlijst (1928)
wordt vermeld dat het pand,
hier toegeschreven aan Vingboons,
gesloopt is
en dat het beeldhouwwerk naar het
Rijksmuseum is overgebracht.
Wanneer en waarom de steen met de andere
bouwfragmenten
in de tuin van de Academie
terechtgekomen waren was daar niet
bekend.
Op 31 augustus 1992 onthulde
burgemeester Van Thijn
op de hoek van de Herengracht en de
Leliegracht, in een blinde muur
van de in 1952 gerealiseerde nieuwbouw,
de schoongemaakte, partieel herstelde en
gepolychromeerde gevelsteen.
In het pand was toen het reclame bureau
Wunderman- Worldwide gevestigd.
Zo kwam de papiermolen terug bij de
papierverwerking.
|
Het interieur van de papiermolen is door
gebinten in zes vakken verdeeld,
drie op de begane grond en drie op de
verdieping.
Op de bovenverdieping zien we in het
midden een lompensorteerster,
rechts daarvan de droogzolder en links
de pakzolder.
Daaronder wordt rechts het onderslagrad
met wentelas en de hamerbak afgebeeld.
In het midden staat de schepper aan de
schepkuip en links worden de vellen
papier onder de natpers gelegd.
Op de gevelsteen staan negen figuurtjes.
Men hield vroeger blijkbaar wel van een
grapje,
want het mannetje op de droogzolder ligt
met zijn hoofd op een stapel papier te
slapen.
(Beschrijving overgenomen uit het blad
Molinologie Nr. 20- 2003,
themanummer Molens op gevelstenen, door
Nel Scholten- Ballast) |
|