Home  Over geveltekens  Resultaten  Verdwenen  Gevonden  Links  Word lid!  Contact  Zoeken
Overzicht van de Amsterdamse gevelstenen

 
HENDRIK JONKERPLEIN 4 (zijgevel)
Gevelsteen met een gekroonde hamer en zes spijkers
 
       
Vóór en na restauratie


In september 2009 werd de VVAG door woonstichting De Key in staat gesteld
het eenvoudige gevelsteentje in de zijgevel van Hendrik Jonkerplein 4 door Wil Abels te laten polychromeren.
De voorstelling, een hamer, geflankeerd door zes grote gesmede nagels
waarboven een fantasiekroontje dat vastgehouden wordt door een handje met een elegant kanten manchet,
is kenmerkend voor deze oude havenbuurt.  

De drie Westelijke eilanden, Bickerseiland, Prinseneiland en Realeneiland
maakten deel uit van de grote stadsuitbreiding waar mee in 1612 begonnen was.
Al vanaf de aanleg waren deze eilanden bestemd
voor scheepsbouw, aanverwante bedrijven en, vooral het Prinseneiland, voor pakhuisbouw.
Op Schutterswijkkaart nummer 53 van 1777 is duidelijk te zien dat de noordzijde,
de IJ-zijde dus, van het Bickerseiland geheel ingenomen werd door 13 grotere en kleinere scheepswerven.
Van een van deze werven, De Walvis, leeft de naam nog voort
in het oude houten gevelbord bij de ingang van het in 1965 gebouwde kantoorpand Grote Bickersstraat 74.



De zuidzijde van de Grote Bickersstraat bestond uit gevarieerde woonbebouwing,
vaak gecombineerd met kleine bedrijven en winkelneringen,
tapperijen, bakkers, loodgieters, ijzerwinkels, smederijen, zeilmakers en koperslagers.
Allemaal winkels en bedrijven die direct te maken hadden met de scheepsbouw op de werven.
Ook de Bickersgracht, in feite de zuidelijke kade van het Bickerseiland,
was voornamelijk bebouwd met woningen en kleine bedrijfjes,
onderbroken door twee korte dwarsstraatjes, de Kleine Bickersstraat en de Minnemoerstraat.  
Tot in het begin van de 29ste eeuw veranderde er weinig op het Bickerseiland.
Sommige werven  werden opgeheven en vervangen door fabrieksgebouwen.
Maar de woonbebouwing veranderde nauwelijks.
Foto’s van Jacob Olie van omstreeks 1890-1900
laten een rustig gevarieerd straatbeeld zien met veel spelende kinderen.

Als Jhr. Suasso omstreeks 1875 met zijn Schetsboek langs de Bickersgracht loopt
noteert hij er een 5-tal gevelstenen:

Op nr.3, in de zijgevel van Bickersplein (in 1956 omgedoopt tot Hendrik Jonkerplein)
de nog aanwezige, bovengenoemde gevelsteen met de gekroonde hamer en zes spijkers.  



Op nr. 12, een gevelsteen met een scheepje, op onderrand Ao T.SMALSCHIP 1688.
In de jaren 1980- 82 werden in het kader van een wederopbouwplan
ook de panden tussen Hendrik Jonkerplein en Minnemoerstraat afgebroken
en vervangen door (soms historiserende) nieuwbouw.
De afbraak vond plaats onder toezicht van het toenmalige Gemeentelijke Grondbedrijf:
de gevelsteen raakte “zoek” en dook enkele jaren geleden op op een veiling bij Sotheby’s.
Een particulier, lid van de VVAG heeft de steen gekocht en ‘m door Jan Hilbers voorbeeldig laten polychromeren. Wellicht keert dit SMALSCHIP nog eens terug op de Bickersgracht.
(In de rubriek Gevonden wordt deze vondst genoemd).



Op nr. 22 Gevelsteen met een dorpsgezicht IN VREELANT.
Ook deze steen is “zoekgeraakt” bij bovengenoemde afbraak.
Nu wil het toeval dat in de Klapstraat 13 in Loenen
een, beetje onnauwkeurig gehakte, kopie van deze steen zit,
gehakt door de plaatselijke beeldhouwer Joop Huisstede.
De eigenaar van het pand had de originele steen
(na de sloop door het Gemeentelijk Grondbedrijf) legaal verworven
met de bedoeling deze in zijn pand in de Klapstraatin te metselen.
Kort voor het transport naar Loenen bleek de steen verdwenen.
Hij heeft toen, naar een foto, de kopie laten hakken.
Waar het origineel gebleven is…..? Mocht iemand iets weten, graag een bericht naar de VVAG.  



Op nr. 26, een houtreliëf met de profeet Elias, gevoed door de raven.
Van Lennep en Ter Gouw, schrijvers van De Uithangtekens etc. beschrijven het reliëf,
het is een fraai gestoken stuk werk en de heren geven zelfs een afbeelding (Deel 1 1868, page, 73).
Daar Van Arkel en Weisman er in hun Noord- Hollandse Oudheden (deel VI, 1903) geen gewag van maken,
kunnen we aannemen dat het houten reliëf omstreeks 1900 verdwenen is.  

Dit is de originele grootte van de afbeelding

Op nr. 44, een steen met twee mannen en een paard, op de onderrand ANNO 1631.
Op een foto van Jacob Olie uit 1893 zijn met enige moeite pand en gevelsteen te herkennen.
Van Aakel en Weissman (Noord- Hollandse Oudheden, VI, 1903, pag.13)
noemen het een gepleisterd 17de eeuws fragment met gevelsteen.
Voor 1928 is het pand vervangen, het wordt niet in de Monumentenlijst genoemd,
maar de gevelsteen is bewaard gebleven en opgeslagen in het bouwfragmentendepot van het Rijksmuseum.
Het zou mooi zijn als dit leuke steentje zou terugkeren naar de Bickersgracht.  

Onno Boers.
 

Terug