Home  Over geveltekens  Resultaten  Verdwenen  Gevonden  Links  Word lid!  Contact  Zoeken
Overzicht van de Amsterdamse gevelstenen

 
EERSTE LOOIERSDWARSSTRAAT 12 Gevelsteen D GOYSE BOER
 



 
Na en vóór restauratie


In mei 2011 voltooide Wil Abels de restauratie
van de bijzonder fraaie gevelsteen D, GOYSE , BOER in de Eerste Looiersdwarsstraat 12,
boven de pui van de midden 18de eeuwse halsgevel (Voorlopige Monumentenlijst 1928, nr. 2150).
De staat van de steen was goed, alleen had in de loop der jaren
het aanzien geleden door verschillende schilderbeurten.
Deze verflagen waren verbleekt en schilferden af.
Bij het schoonmaken was het Abels opgevallen
dat de kwaliteit van de gebruikte zandsteen bijzonder goed en uitermate fijnkorrelig was.
Daardoor kon de steenhouwer/ beeldhouwer heel gedetailleerd werken,
zoals te zien is aan de grote mand rechts op de steen.

Detail van de gevelsteen: de centrale mansfiguur

De voorstelling, de staande man met bosje (tabaks)bladeren in z’n rechterhand,
en het staande vat met (tabaks)bladeren, verwijst evenals het inschrift langs de bovenrand,
naar de tabaksteelt en- verwerkingsindustrie die vanaf omstreeks 1620 tot ver in de 19de eeuw in het Gooi,
de omgeving van Amersfoort en de zandgronden zuidelijk daarvan een belangrijke bron van inkomsten was.


       
Details van de linker- en rechterkant van de gevelsteen


Naast de ton staat een stapeltje z.g. karotten, strengen gesponnen of gevlochten tabak.
De grote mand rechts is een z.g. pijpenmand, een gebruikelijk transportmiddel voor lange Goudse pijpen.
De pijpen staan er met de kop naar beneden gerangschikt, met de stelen omhoog,
bijeengehouden door een strook papier.
De lange pijpen van de middelmatige kwaliteit werden op deze wijze
vanuit Gouda per beurtschip naar Amsterdam verscheept en op de pijpenmarkt verkocht.
Deze markt werd vanaf 1663 elke maandag op de Nieuwezijds Voorburgwal achter het stadhuis (Paleis) gehouden. Naast de mand staat een stapel doosjes, in papier verpakt en gesloten met een zegel.
Don Duco van het Pijpenkabinet (Prinsengracht 488) waarvan wij bovenstaande gegevens ontvingen
zegt dat de doosjes zeker met tabak te maken hebben, maar wat de precieze inhoud is, is nog onbekend.

Ondanks een uitvoerig huisonderzoek is er geen tabakshandelaar of tabakgerelateerd beroep
in verband met het pand tevoorschijn gekomen.
Wel bleek dat de, uit Rouan afkomstige Philippe Vallee (of Vale),
die in 1676 het pand koopt voor fl. 750.-, tabakkerver te zijn.
Een tabakkerver sneed de tabaksbladeren in smalle reepjes
die vervolgens tot karotten gevlochten of gesponnen werden.
Maar gezien de ornamentiek van de halsgevel en de typisch Lod. XIV voluten aan de zijkanten van de gevelsteen
is het pand plus gevelsteen te dateren omstreeks 1730/1740
en kan de tabakskerver Philippe Vallee niet in verband gebracht worden met de gevelsteen.
In latere 18de eeuwse overdrachtsakten wordt nergens de huisnaam D Goyse Boer genoemd
dus we blijven in het duister tasten over de juiste betekenis van de gevelsteen.

Tabaksbladeren en karotten komen we ook nog tegen
op een aantal andere Amsterdamse gevelstenen en in de klauwstukken van een halsgevel:

Prinsengracht 226

Prinsengracht 226, een fraai en royaal gehakte steen, boven de pui,
onder het middenvenster van de 1733 gedateerde halsgevel.
Hier is een staand vat met tabaksbladeren, geflankeerd door twee gevlochten manden, gevuld met “karotten”.
Opvallend aan deze gevelsteen is, dat de bovenrand met de tekst TABAKS VAT
tegelijkertijd de onderdorpel van het bovenliggend venster is.
In 1742 was hier de tabakswinkel van de weduwe Couman gevestigd.

Geldersekade 8

Geldersekade 8: Een gesneden, houten deurkalf van forse afmetingen,
met, in een prachige rococo-omlijsting vrijwel dezelfde voorstelling als op de gevelsteen van Prinsengracht 226.


       Geldersekade 16

Geldersekade 16: Laat 18de eeuwse lijstgevel met in het bovendeurlicht een tabaksplant in hoog- reliëf.

Lindengracht 211

Lindengracht 211: Een steen met een staande moriaan met bloot bovenlijf,
die een groot tabaksblad in de opgeheven rechterhand houdt.
Naast hem op de grond drie “karotten”en twee gevlochten manden.
Het steentje zat tot de afbraak in 1960 in de top van de 18de eeuwse klokgevel Jodenbreestraat 93.
In
de zomer van 1993 kreeg het moriaantje zijn huidige plek.

      Dit is de originele grootte van de afbeelding
Oudezijds Voorburgwal 187

Oudezijds Voorburgwal 187: Zeer bijzonder zijn de rijk gebeeldhouwde klauwstukken
van deze, 1663 gedateerde pilaster-halsgevel.
Ter weerszijden zijn twee grote en twee kleinere morianen (of indianen)
met tabaksbladeren in de hand zittend op een aantal manden
en leunend tegen opgestapelde “karotten’ in hoog, bijna vrijstaand reliëf weergegeven.

Dit is de originele grootte van de afbeelding Hartenstraat 19 (uit Amsterdamsche gevelsteenen van Alings)

Als uithangteken bij tabakswinkeliers waren grote, uit hout gesneden “karotten”gangbaar.
In zijn Amsterdamsche gevelsteenen (2de druk, 1949) noemt Alings ze “tabaksrollen” en geeft twee adressen: Hartenstraat 19, met een afbeelding op pag 115, en Rokin 52.
Op deze twee adressen zijn geen tabaksrollen meer. Er is er wel eentje aan de pui van Runstraat 6.

Onno Boers.
 
Met dank aan Hans Brandenburger voor het huisonderzoek
en aan Don Duco van het Pijpenkabinet voor zijn aanwijzingen.

 

Terug