|
In 1875 signaleerde Jonkheer Suasso de
drie herten
en maakte bij de beschrijving in zijn
Schetsboek op pagina 94
kleine primitieve, maar wel herkenbare
tekeningetjes.
In zijn beschrijving zegt Suasso
dat de herten groen geschilderd zijn
en bij de nrs 204/206 vermeldt hij boven
de deur
de naam “Het Kleine Groene Hart”.
Bij 208 zegt Suasso “In de nok, in
drukletters (hoofdletters)
T Vijfde Groene Hart” en boven de nok
een liggend hert “en face”.
Bij 210-212 noemt Suasso, naast het hert
op het dak,
nog een opschrift boven de deur “HET
GROOTE GROENE HART”.
In latere litteratuur (Noord-Hollandsche
Oudheden 1903, Monumentenlijst 1928)
worden de herten nog genoemd,
maar in 1941, in de bundel Ken je
Amsterdam ? van M.G.Emeis,
staat een foto van het pakhuizen trio,
zonder de bekronende herten.
In het
bijschrift wordt vermeld dat de stenen
beelden
van de pakhuizen in slopershanden zijn
gevallen.
Het was dus een prima initiatief om de
herten na ruim 50 jaar
weer terug te laten keren op hun
rechtmatige plek.
Litteratuur:
Dr. Magda Revesz-Alexander.
Die alten Lagerhauser Amsterdams (2de
druk 1954.)
Op pag. 25 afbeelding met alleen de
herten op de brede gevels
en op pag. 88 een uitvoerige
beschrijving
Blad Binnenstad, juni 1992. Artikel
Dieren op het dak, O Boers. |

 |