Van de gevelstenen met Oud
Testamentische voorstelling
komt na
Koning David (6 x)
de Ark van Noach het vaakst voor.
De oudste steen treffen we aan op
Zandhoek 4.
De steen is niet gedateerd,
maar gezien het feit dat het huis in
1658 gebouwd
werd door de
steigerschuitenvoerder Cornelis Pietersz,
kunnen we wel aannemen dat de gevelsteen
met de Ark, tenslotte ook een schip, uit
dat jaar stamt.
Op de vierkante gevelsteen (60x 60 cm)
is de ark wat stijfjes weergegeven
en de
vier dieren, paarden of schapen, poseren
keurig
op de loopplank voordat ze naar
binnen mogen.
Op het dak van de opbouw op de ark
zitten twee vogeltjes. |

NOACHS ARCK, Zandhoek 4 |
|
|
|
De in ouderdom hierop volgende steen
(1676) treffen we aan in het
gevelstenenmuurtje
bij het begin van de Oudezijds
Voorburgwal (zijgevel van Sint
Olofssteeg 12).
Deze steen, in 1960 met nog acht andere
hier ingemetseld, is afkomstig van
Spuistraat 50
en werd in 1880 aan het Koninklijk
Oudheidkundig Genootschap (KOG)
geschonken.
Van Lennep en Ter Gouw (De
Uithangteekens II, pagina 50)
beschrijven de steen
als een der aardigste die er nog te
vinden is:
"De Heer en Mevr. Noach en verdere
familie kuieren er, uitgedoscht als
Amsterdamsche burgerluidjes,
die, met hun pakje onder den arm, voor
plezier een uitstapje naar Haarlem
gingen maken…". |
|
|
|
Prent van Jan van Londerseel (z.j.)
|
Op het eerste plan van de uitvoerige
voorstelling
zijn Noach en zijn vrouw met hun drie
zoons
en schoondochters bepakt en bezakt op
weg
naar de op de achtergrond liggende ark.
Vanaf rechts loopt een stoet dierenparen
in de richting van de loopplank.
We herkennen, naast wat vee
twee olifanten en twee dromedarissen.
Op de loopplank onderscheiden we,
en dat is wel heel bijzonder een
eenhoorn.
De beeldhouwer van deze prachtige steen
heeft een prent van Jan van Londerseel
als voorbeeld genomen
en zeker wat betreft de figuurgroep
links op de voorgrond, tot in de
kleinste details
drie dimensionaal in steen vertaald. |

Gevelsteen DE ARCKE, zijgevel Sint
Olofssteeg 12 |
Zie
bijvoorbeeld de houding van Noach met zijn
wandelstok en een boek onder de arm,
de schelpvormige drinkhoorn aan zijn gordel en zijn
baardige kop met de slappe hoed.
Ook zijn vrouw met ronde, platte hoed met afhangende
slippen en haar onderkleed met lubben
is exact overgenomen van de prent.
De beeldhouwer heeft zelfs het kwastje aan het
kussen dat ze onder haar arm houdt niet vergeten.
Ook de opbouw van de ark met het houten vakwerk en
het dakvenster komen op prent en gevelsteen tegen.
Wat de compositie van de prent betreft heeft Van
Londerseel
zich laten inspireren door een gravure van Chrispijn
de Passé uit 1612
 |
Ter vergelijking; details van de prent
en de gevelsteen |
De
derde Amsterdamse ark is te vinden op het Zon’s
Hofje, Prinsengracht 159/ 171.
Deze mooi gehakte steen toont alleen de ark waar een
grote stoet dieren naar binnen gaat.
We zien niet alleen paarden, koeien en kleinvee maar
ook een zwanenpaar,
dat kennelijk liever lopend dan vliegend naar binnen
wil.
Deze ark, met de stralende zon links boven
symboliseert het samengaan van twee Doopsgezinde
gemeenten,
de Zon en De Arcke Noachs in 1752.
In 1756 werd hier, op de plek van een overbodig
geworden kerkje het huidige Zon’s Hofje gebouwd.
 |
Zon’s Hofje, Prinsengracht 159/ 171 |
P.S.
De prent van Jan van Londerseel staat in:
100 Bijbelse Figueren, uitg Reinier en Josua Ottens
(z.j.)
en ook in Den Grootte Figuerbijbel van Philip
Schaebalie (1646).
Beide boeken zijn in de collectie van het
Statenbijbelmuseum. |